Lieve lezers
Inmiddels ben ik ergens anders gaan schrijven.
http://saskiablog.gijselhart.nl/
Kom je daar ook lezen?
Fijn! Zie ik je daar!
Margraten deel 1
Margraten, vooral bekend vanwege de Amerikaanse Erebegraafplaats. Maar daar gingen we pas ná de wandeling nog even heen. De groene-paaltjes-wandeling van 5,5 km ging op deze kruising rechtdoor en achter het Memorial langs.
Natuurlijk kwamen we op deze tocht de nodige wegkruizen tegen.
"Aanziet het kruis, Aanbidt het niet, Aanbidt de Heer, Die gij hier ziet, 28-9-1985"
"Me mot Slivvenhier der tied geeëve, 1853" ("Men moet Onze Lieve Heer de tijd geven")
Deze heeft de beschutting gezocht van een vierkant gesnoeide boom/struik met een paar hortensia's aan de voeten.
De route ging kilometers tussen de maïsvelden door. Dat staat al behoorlijk hoog. Maar ja, met die regenbuien van de laatste tijd is dat geen wonder. Wij hadden heerlijk wandelweer!
Toch een beetje textiel in deze blog. We zagen een eenzame, verlaten wollen handschoen op een plaats waar weinig passanten komen. Weinig kans dus dat hij zijn broertje nog eens ziet.
Boomkwekerij Jos Frijns heeft hier een fijne stek. Allerhande bomen in allelei formaten sieren ons pad. Al mogen we niet op zijn terrein komen volgens het idyllische naambord.
Wat kwamen we weer veel fruit tegen. Laagstamappelbomen vol appeltjes, struiken vol bramen, aalbessen of bosbessen, heel veel vlierbessen, maar ook eikeltjes en paddestoelen. Deze besjes (rechterfoto) vind ik erg decoratief. Weet iemand hoe de plant heet?
Een vakwerkhuis mag in deze reis niet ontbreken. Nu zit er veel nep onder de vakwerkhuizen, heb ik ooit van een kenner te horen gekregen. Let op de ramen. Als die op maat zijn gemaakt om precies tussen twee balken te passen, dan heb je kans dat het authentiek vakwerk is. Dit lijkt me dus redelijk echt. Al hebben ze hier wel de lemen invulling vervangen door bakstenen.
Nu huist in dit statige witte gebouw een bedrijfsadviesbureau. Maar de steen in de gevel doet vermoeden, dat het ooit een gemeentehuis is geweest. Prachtig toch die leeuwen op de hoeken van de gevel.
inmiddels zijn we weer bijna terug op het startpunt. De Sint-Margaritakerk ziet er van achter mooier uit dan aan de voorkant. Naderhand las ik op Wikipedia dat de toren van deze kerk al in de 14de eeuw is gebouwd. De volgende keer toch eens binnen kijken.
Na een glaasje fris bij eetcafé Chriske zijn we naar de Erebegraafplaats gegaan. Daar is zoveel over te vertellen, dat ik dat (na de migratie van web-log) in een volgend logje laat zien.
Wordt vervolgd dus.
Van Euverem naar Gulpen en weer terug
Ten zuid-westen van Gulpen ligt Euverem. We besloten vandaag de witte-paaltjes-route van 5 kilometer te lopen, die beide plaatsjes aandoet. Gulpen heeft meer toerisme dan Euverem, dus was het eenvoudiger (en goedkoper) om de auto in Euverem te parkeren en van daaruit te beginnen.
Hier hebben ze nog hooge spanning van de Stroomverkoopmaatschappij!
Eerst naar Pesaken, waar we een aantal fraaie vakwerkhuizen tegenkwamen. Deze had zowel een ingebouwd heiligenbeeldje als een wegkruis voor het huis.
Het viel me op dat in dit dorpje veel woningen zo’n ingebouwd heiligenbeeldje hebben. Soms achter glas, soms met een hemelsblauwe achtergrond. Wat een mooie traditie!
Hier en daar zagen we het riviertje de Gulp voortkabbelen. De kleine stuw vlakbij Gulpen zorgt ervoor dat de watermolen verderop kan blijven functioneren.
Die watermolen maalt nog steeds graan, waar ze pannenkoeken van bakken. Je kunt er zelfs pannenkoeken met spelt (met een T, is een oude graansoort) krijgen. Wij dronken er alleen een glaasje fris.
Vóórdat we bij de molen waren, kwamen we langs Mosaqua, een subtropisch zwemparadijs. Ik ben er nog nooit binnen geweest. Zwemmen is niet mijn hobby
P In de piramide in Gulpen zit (zat?) al twee jaar European Fine Art Centre. “Wegens verbouwing gesloten tot 9-4-2011″ staat op hun site. Maar of ze daarna nog open zijn gegaan,is me niet duidelijk. We zijn er niet omheen gelopen. Laat staan naar binnen geweest.
Vanuit Gulpen weer terug via de andere kant van de Gulp. We kwamen daar eerst deze vakwerkhoeve van kasteel Neubourg tegen. Aan het huis en het bord te zien, is er al een poosje niets aan gedaan.
Daarna liepen we via een indrukwekkende bomenlaan richting kasteel Neubourg. Hé, een kruis aan één van die oude bomen. Zou hier iets gebeurd zijn ooit?
Het kasteel staat stevig in de steigers. Gelukkig dat er mensen of bedrijven zijn, die dit gebouwencomplex de moeite waard vinden om er flink veel geld in te steken.
Maar wat moet er nog veel gebeuren! Bekijk maar eens het verschil tussen deze twee torendaken.
Langs de lange muur van het landgoed gingen we langzaam weer richting Euverem. Waarom hebben mensen toch altijd de neiging hun initialen in mergel te krassen?
Herinner je je nog “Foreldorado“? Het was ooit een forellenkwekerij met pretpark. Nu herinnert alleen dit trieste bord aan het touristische verleden van deze plek. Je kan amper lezen wat er ooit stond.
Het was een korte route deze keer. Maar met een riviertje en een kasteel weer genoeg om te kijken.
Goes deel 4 (slot) Theedoeken, kant en een mosseltje
Op initiatief van Riet Kruitbosch borduurden een aantal dames o.l.v. Jasperien Elenbaas een eigen theedoek. Een afbeelding van een theedoek van Marijtje Ceelen in HzG uit 1997 was de aanleiding.
Tot en met 12 september zijn ze te bewonderen in de (spaarzaam verlichte) merklappengang op de eerste etage van het Museum De Bevelanden.
Dat moesten we natuurlijk zien. Ik ben immers ook met zo'n theedoek bezig.
En wat een verrassing! De originele theedoek van Marijtje Ceelen hing er ook!
Tot en met 30 oktober is er ook nog een kant-expositie "Kantje boord" in het museum. Het eerste wat daar opvalt, is dit enorme kleed met een diameter van 192 cm! Er is 10 jaar aan gewerkt. 2300 werkuren zitten erin. Respect en bewondering voor dit huzarenstuk.
Veel kleiner maar niet minder indrukwekkend zijn het babyschoentje en de prachtige broche.
Deze drie vlinders zijn van links naar rechts in naaldkant, Liers kant en kloskant uitgevoerd. Zo kan ik als leek eindelijk de verschillen daartussen zien. Aanschouwelijk onderwijs noemen ze dat.
Ik zie hier onmiddellijk een Pythagorasboom in. Maar dat zal je niet verbazen. Zo'n kleedje zou ik wel op mijn tafeltje willen!
Net als de verschillende vormen met een en hetzelfde "kerstboompje". Rond, 3-, 4-, 5- en 6-zijdig, ik vind het geweldig. Alleen het rondje rechtsboven wijkt af.
Alice Harte maakte deze twee prachtige voorbeelden van kloskant Binche. "Het tournooi" met de paardjes en "Bloemtak", die ik voor een strikje aanzag. Ook is van haar een vogeltje in dezelfde techniek te zien.
Natuurlijk heb ik merklapkaarten gekocht. Maar ook een zilver hangertje dat een mosselschelpje voorsteld. (Door het kunstlicht ziet het eruit als goud, maar het is ècht zilver, hoor
)
Over een paar weken gaan Piet en ik èchte mosselen eten in Zeeland. Jaarlijkse traditie. Ik verheug me er al op!
Goes deel3 Recentere lappen
Lappen van na de Tweede Wereldoorlog waren er ook best wel veel te zien in Goes. Uit 1978 is deze huwelijkslap in de stijl van die tijd. Het boerenbont-randje hoort er echt bij. Dat servies was wereldberoemd in heel Nederland. Maar wat doet die grote ouderwetse telefoon daar toch?
Heel apart van kleur vond ik deze lap “Graszode” uit 1979. De motiefjes doen mij denken aan Beieren. Maar mischien zit ik dan helemaal fout. Aan de vlaggetjes te zien gaat het om een Française MT en een Hollander X met een dochter S, een zoon JJ en een hond of poes m.
Deze Oud-Hollandsche motieven komen me bekend voor. Volgens mij was dit als pakket te koop. Ik vind hem best wel mooi eigenlijk. Vooral die pijp met krul en de kraantjeskan kunnen mij bekoren.
De prachtige zachtgroene lap komt uit 1995. Het lijkt me een samenwerkingsverband van een aantal leden van de NBvP waaronder Riet Kruitbosch, een naam die we die dag vaker tegenkwamen.
Ook 21ste eeuwse lappen waren vertegenwoordigd. De lap met Australië als onderwerp uit 2001 heeft iets heel aandoenlijks. Moeder Nel Wisse heeft dit voor haar dochter in Australië gemaakt.
Het Onze Vader is in 2002 geborduurd door Kobij van Mourik-Vane. Het mooie hiervan vind ik de hoofdletters en leestekens in een meer donkere kleur dan de kleine letters. Er zitten ook geen rare onderbrekingen in de zinnen. Je kunt het in het juiste ritme lezen.
Jasperine Klok heeft in 2004 deze ode aan haar naam gemaakt. Mooi van kleur en compositie.
Ïets om over na te denken: “God schiep de tijd, maar van haast sprak hij niet.”
De blauw-grijze met oker merklap van Hannie Verzijden uit 2009 heeft mijn hart gestolen. Zie je de muisjes die de rand opeten? Die zorgen dat het allemaal niet zo serieus genomen hoeft te worden. Wat een prachtige motieven!
Carla van den Hoek-Cramer maakte een levenslap over het zeevaartleven van haar man. Mooie details, evenwichtige opbouw, je ziet dat ze les heeft gehad van Afke Wullink.
Lenie Kagchelland-Donkersloot heeft als 11-jarige de watersnoodramp aan den lijve meegemaakt. Daarom heeft zij deze lap willen borduren als dank aan al die landen die bij hebben gedragen aan het herstel.
De inlijster heeft een prachtige passepartout weten te snijden.
Last but not least een rij borduurwerken van Geertje Westra. Ik ben een fan van haar, sinds ik haar werken op bijeenkomsten van Merkwaardig heb gezien. Wat een talent!
Je ziet dat ik sommige lappen vanuit een rare hoek heb gefotografeerd. Ik wilde zo weinig mogelijk reflectie op de foto.
Natuurlijk zijn we ook wezen kijken in Museum De Bevelanden. Maar daarover een volgende keer.
Wordt dus weer vervolgd.
Goes deel 2 Antieke stoplappen
Ik geniet altijd zo van stoplappen. Natuurlijk zijn die met rijgsteken mooi, maar de echte stopjes zijn toch boeiender. Zeker als ze in een hoek gaan of een trapje vormen. Het zijn eigenlijk mini-weefseltjes met soms best ingewikkelde patronen.
Ook in Goes zagen we een aantal fraaie voorbeelden. Deze lap van Maria Magdalena van Dongen bijvoorbeeld is in 1895 gemaakt door de 16-jarige Maria Magdalena Geldof op de Linnennaaischool van het Burgerweeshuus Molenwater in Middelburg. Met zijden garen heeft zij op linnen zowel doorgestopt als echte stopjes gemaakt. Bovendien heeft zij de boel versierd met kruissteekjes, platsteekjes en koninginnesteekjes.
Ook deze lap van Wil van Dongen is met zijde op linnen gemaakt. De maakster Sara Pouwels zat in 1754, toen ze dit werkstuk maakte, op de Stads-Linnennaai- en Breischool in Middelburg. In het midden zie je een trapgevelhuis, wat karakteristiek is voor de lappen die daar toen gemaakt werden.
De stoplap die door Tilly Dinger in bruikleen is gegeven, werd in 1787 gemaakt door de 15-jarige IVI. Ik vind hem zo mooi van opbouw en kleur. Wat een bofferd is Tilly.
Mia van der Horst is de gelukkige eigenaar van deze antieke stoplap. Hij is gemaakt door I.I. Puyling tussen 1815 en 1830. Het doek is niet ten volle benut en één stopje is er zelfs uit verdwenen. Maar dat ingezette stukje stof maakt het weer bijzonder genoeg.
De 35 fraaie (door-)stopjes van deze lap kun je namaken. Van de lap van Sabine Taterra, in 1886 gemaakt door M.P. Joppe, is een patroon te koop. In de kerk, maar ik neem aan ook bij Naald en Draad in Roermond. Natuurlijk heb ik getwijfeld, maar ik bedenk ze liever zelf, zoals jullie weten
Er waren natuurlijk niet alleen antieke lappen. Ook meer recentere juweeltjes zijn voor deze expositie ter beschikking gesteld. (Waarvoor dank!) Dus…
Wordt vervolgd!
Goes deel 1 De oude merklappen
Zowel Marijtje-Ceelen-theedoeken (in Historisch Museum de Bevelanden) als merklappen uit privéverzamelingen (in de Grote Kerk ertegenover) lokten mij naar Goes. Dus toen Ine vroeg of ik met haar en Els W. mee naar Goes wou gaan, toen hoefde ik niet lang na te denken. Afgelopen woensdag was het zover.
Vorig jaar waren we ook al gedrieën in Goes geweest, dus we kenden de weg. De Grote Kerk is niet te missen. Je ziet hem al vanaf het station.
Tot en met 17 augustus zijn daar "particuliere merklappen" te zien. Dus haast je als je ze nog in het echt wilt zien! Ik laat hier echt maar een heel klein beetje zien. "Voor elck wat wils" is er te zien. Van heel oud tot heel jong. Zo is deze lap van Keetie van Oosten-Hage in 1786 geborduurd door haar betovergrootmoeder Cornelia Oudesluijs. De lap hangt nog steeds in de orginele houten kast, die speciaal voor de lap is gemaakt!
Nog ouder is deze lap van Maria Huisman-van Buul. Hij is geborduurd in 1749. Mogelijk is hij afkomstig van de familie van der Vliet uit Bloemendaal.
Ik vond het paardje met het dekkleed zo mooi, dat ik er een detailfoto van heb gemaakt.
Van de herkomst van deze oude lap uit 1760 (eigendom van Frans Jozias Damman) is helemaal niets bekend.
Ik zag wel dat er maar een paar zwarte steekjes op zaten, die allemaal "gebloed" hebben. Jammer toch.
Vijf generaties die een merklap hebben geborduurd. Links zie je de jongste drie.
Een opmerkelijk schoollapje van de moeder van Elisabeth Sanderse-Lampert uit circa 1912 zie je rechts. Zo'n groot ornament zie je niet vaak op een schoollapje.
In 1927 is dit Zeeuws meisje aan deze lap begonnen. Waarom heeft ze niet verder geborduurd?
Op 27-jarige leeftijd is zij bevallen van een dochtertje, maar sterft niet lang daarna. Dat dochtertje is schrijfster Corry Arendse. Die gebruikt het alfabet nu dus weer op een heel andere manier.
De zusjes Ria en Annelies Koppejan kwamen als kind vaak over de vloer bij Pieternella Johanna Vinke. De lap die de oude dame aan hen gaf om na te borduren stamt uit 1905. Je ziet die lap links.
De "kopie" van Anelies zie je rechts. Zij heeft ook de foutjes precies nageborduurd.
Deze randenlap van Lydia Klop-Steendijk viel me op omdat het geen aftelbare steekjes zijn. De elfjarige Cornelia Pompoene uit Dreischor heeft deze lap gemaakt in 1902.
Natuurlijk waren er ook oude stoplappen. Daar laat ik er morgen een paar van zien.
Wordt vervolgd dus.
Hij doet het!
Ik zie ze steeds meer. Jij ook?
Op posters in het bushokje, op pamfletjes op een huis wat te koop staat, en ik zag ze zelfs bij een founiturenzaak op de markt.
Je hebt er wel een slimme telefoon voor nodig om erachter te komen wat er staat..
Wat het is? Hoe het heet? QRcode en dat staat voor quick reference, wat "snel opzoeken" betekent.
Hier kun je zo'n code maken. (kies "create a new chart", daarna kies chart type "QrCode") Van een tekst of van een internetadres bijvoorbeeld. Een internettende telefoon kan dan direct doorschakelen naar die site. Natuurlijk denk ik bij zo'n hokjespatroon direct aan borduren
Daarom heb ik mijn tassensiteadres http://www.sgon.nl in QRcode gezet en geborduurd. Ik heb elk blokje geborduurd met 2×2 kruissteekjes. Dan wordt het mooi vol en duidelijk.
Vandaag kwam ik iemand tegen met zo'n intelligent apparaatje. Want ik moest wel weten of het echt werkt vóór ik jullie het resultaat kon laten zien.
En het werkt! Hoera!
Nu moet ik wel een grotere SAS-tas maken, want dit past er echt niet meer op.
Vaatdoek en theedoek
Een vaatdoek, dat ben ik sinds enkele dagen. Spierpijn, hoofdpijn, duizelig, nergens zin in. Hopelijk gaat het snel over. Toch heb ik aan het begin van de week nog een blokje van de theedoek gevuld. Deze keer met de vlechtsteek. Ik kende de steek al langer (heb er zelfs een boekje over), maar heb hem nog nooit gebruikt. Reden dus om het eens te proberen.
Ik heb ervoor gekozen om elke rij hetzelfde formaat te geven. “Op z’n kop” ziet de stekenrij er hetzelfde uit. Dus ik kon heen-en-weer gaan door telkens de lap 180 graden te draaien (= op z’n kop te leggen).
Als je goed kijkt, zie je dat ik aan het eind van een rij nog een extra klein schuin steekje heb gemaakt over het laatste lange pootje. Even heb ik nog gedacht om dat ook aan het begin van de rij te doen. maar zo zie je wel hoe de borduurvolgorde was
Deze week dus verder geen update meer. Eerst maar eens ont-vaatdoeken.
Geulle aan de Maas
Maandag was het weer zoveel beter dan op de verzopen zondag. We hadden er niet op gerekend, maar het zonnetje scheen heerlijk tussen 11 en 1 uur. We hebben zelfs een uurtje zonder jas kunnen lopen! En ik heb er een rood neusje en decolleté aan over gehouden.
We hadden gekozen voor de groene route rond Geulle van 8 kilometer. Langer dan we gewend zijn, maar met weinig niveauverschillen, dus het was prima te doen.
Tussen de Maas en het Julianakanaal ligt een strook land. Soms smal, soms breed. Het oudste gedeelte van Geulle, Geulle aan de Maas geheten, ligt op die strook. Over het kanaal dus via de brug.
In dit door overstromingen geplaagd gebied verbaast het me niet een kapelletje aan te treffen. Niet met Maria, maar met Jozef (Sja, bij wateroverlast is bijstand van een timmerman wel zo handig
Niet lang daarna kwamen we het kasteel tegen.
Of eigenlijk de voorburcht, want het eigenlijke kasteel is in 1847 afgebroken. Maar niet minder imposant eigenlijk.
Deze hekpijlers uit de 18de eeuw staan er toch heel wat minder florissant bij. Ze staan wat verloren aan de overkant van de straat.
Al gauw doemt Geulle aan de Maas op. Een tiental oude panden en de Sint Martinuskerk. Deze kerk is een paar keer her- en verbouwd.
De laatste keer in 1920, waar de steen rechts boven de poort aan herinnert. Ik vind de sierstenen halverwege de gevel wel iets stoers hebben.
Ook hier weer een kapelletje met Jozef. Deze is gebouwd in 1908. De spreuk “In god mijn kracht” is prominent zichtbaar.
Voor de pastorie (?) staat een nogal roestig kruis op een sokkel met een lastig leesbare tekst. Er staat:
“Hulde aan den WelEerw Heer Pastoor Servaas Swelsen bij de vervulling van zijn vijftigjarig herdersambt in de gemeente Geulle 26 september 1870″
Een hele prestatie toch! Soms is zo’n paaltjesroute een echt zoekplaatje. Hier gaat ie tussen twee huizen door. Zo’n paadje waar ik uit mezelf nooit door zou durven, bang om in iemand zijn achtertuin terecht te komen.
Even verderop staat een boot met planten. Niet zomaar een boot, maar “d’n iezere bwoit”. Hij werd tot in de tachtiger jaren gebruikt om bij hoog water iedereen toch van de nodige post en boodschappen te voorzien. Mooi dat ze hem hier zo’n fraaie rustplaats hebben gegeven.
En zie, daar zijn we bij de Maas aanbeland. Het water staat laag. Hij (of is het een zij?) stroomt ergens tussen het maisveld en het bosje met koeien aan de overkant.
Langzaam gaat ons pad de dijk op en komt de rivier echt in zicht. Wat een heerlijk rustig pad is dit.
Na een flink stuk dijk zijn we via Voulwames bij de brug van Bunde aanbeland. De weg gaat hier met een haakse bocht naartoe. Dit plantje getuigt van een fataal ongeluk. “Martien 10-11-1954 15-6-03″ Zou hij uit de bocht zijn gevlogen?
In Brommelen zien we twee wegkruisen die wel heel veel op elkaar lijken. Zouden ze in dezelfde mal gegoten zijn? De donkere versie mist echter het Jezus-figuurtje. Gestolen of toch een andere versie?
Naast koeien, mais- en uienvelden zagen we ook hier weer hoogstamboomgaarden met appels en peren. En kijk, een broedende fazant!
Via Westbroek (nee, Henk niet gezien
) gaat onze wandeling weer richting Geulle. Hier moeten we nog eens terug, denk ik. Toch die Sint Martinuskerk beter bekijken. En in Geulle is ook nog een watermolen te zien. Die hebben we gemist.